De vertelling van Jac van den Boogard

IMG_5870 b

INLEIDING

 

‘De Grensmaas vertelt’ is een ‘Landschapsopera’ vol muziek, poëzie, kunstwerken en verhalen en de ervaring van een bijzonder landschap en een bijzondere rivier.

Onderstaande tekst is de uitgebreide versie van de teksten die tijdens de uitvoeringen van de Landschapsopera werden voorgedragen door de ‘verteller’, cultuurhistoricus Jac vanden Boogard. De verteller nam u bij de hand nemen en loodste u in verbindende teksten door het landschap en door de opera om met andere ogen en oren kijken en te luisteren naar het omringende landschap, om vanuit een ongebruikelijk verschoven perspectief te kijken naar dat landschappelijk decor en geconfronteerd te worden met cultureel, industrieel, landschappelijk erfgoed, waarin heden en verleden een artistieke symbiose aangaan.

Fotografie Kumulus Huisstijl 2014

 

DE MAAS

Het landschap langs de Maas en langs de Grensmaas, waar nu nog volop en hard gewerkt wordt, maar dat weldra zal worden teruggegeven aan de natuur, is onderdeel van het lange lint van de Maas, zoals dat door onze provincie loopt.

De Maas behoort tot de grote rivieren van ons land. Eeuwenlang al slingert deze brede waterstroom zich door het Limburgse landschap, vanaf de bron tot aan de Noordzee. De Maas  ontspringt in Pouilly-en-Bassigny. Daar op het plateau van Langres staat een kleine monumentje dat de oorsprong van de rivier markeert. Het opschrift op dat monumentje luidt: ‘Fleuve sans frontières/stroom zonder grenzen.’ En die prachtige brede rivier zonder grenzen stroomt hier in het grensmaasgebied in de Euregio Maas Rijn daadwerkelijk in ‘het land zonder grens’ zoals het Zuid Limburgse gebied in de historische stedendriehoek Luik, Aken, Maastricht sedert het beroemde gelijknamige boek van professor Lejeune uit 1959, wordt genoemd. De Maas mag hier dan wel GRENS-Maas worden genoemd, omdat ze de landsgrens tussen België en Nederland markeert, voor de bewoners van het land zonder grens zijn grenzen fictieve politieke bedenksels. Al eeuwenlang gaan we huwelijken aan over die grensmaaslijn heen, bezoeken familie vrienden en verwanten aan beide zijden van die grensmaas, onze handelscontacten liggen aan beide zijde van de Grensmaas, onze culturele geschiedenis loopt parallel aan beide zijden van de Grensmaas. De Maas is uiteindelijk ook alleen maar een fictieve, een voor de hand liggende bedachte politieke grens, want deze Fleuve-sans-frontières verbindt ons meer, dan dat ze een begrenzing vormt.

 

Laten we in onze gedachten op een denkbeeldige kaart eens de loop van die stroom zonder grenzen volgen. Waar komt al dat water vandaan en waar heeft de Maasbedding zich zo vol gezogen met die enorme watermassa? Zo’n 450 meter boven de zeespiegel ligt de bron van de Maas zoals gezegd op het Franse plateau van Langres, waar ook de Franse rivieren Seine, Marne en Saone hun oorsprong hebben. Eenmaal voorbij het plaatsje Charleville-Mézière, vlakbij Sedan, heeft de Maas zoveel water van tal van zijriviertjes opgenomen, dat zij gedurende het hele jaar bevaarbaar is.  Zich door tal van bochten wringend, neemt ze in de Ardennen de Semois op en stroomt even voorbij Givet België binnen. Gevoed door talrijke grote en kleine zijrivieren wordt de Maas steeds breder. Bij Namen buigt de rivier af in Noordelijke richting op weg naar Luik.  Bij Visé laat de Maas de Ardennen achter zich. Het stroomgebied en het dal van de rivier worden aanzienlijk breder, de Maas wordt hier de Nedermaas. Eenmaal op Nederlands grondgebied wordt het verval steeds geringer en krijgt de Maas het karakter van een echte laaglandrivier. Traag stromend en vooral veel water opnemend vanuit de zijrivieren, zoals de Jeker, De Kanjel, de Geulle in ons Grensmaasgebied en verderop de Geleenbeek, de Roer, de Swalm en de Niers, buigt de Maas bij Mook naar het westen af om contact te maken met de Waal. Verder stroomafwaarts, slokt de Maas nog de Dieze op en de Dommel om vervolgens via de Bergse Maas, het Hollands Diep en het Haringvliet op te gaan in de Noordzee.

 

De Maas is een regenrivier; dat betekent dat de afvoer sterk kan fluctueren afhankelijk van de hoeveelheid regen die in het stroomgebied valt. In de zomer is die aanvoer meestal gering. Door verraderlijke grindbanken, vele bochten en de geringe diepte was de Maas in vroeger tijden vooral in de droge zomermaanden en in het najaar ongeschikt voor de scheepvaart. In de wintermaanden is de afvoer van de Maas zeer wisselvallig. De rivier reageert namelijk zeer snel en onverwacht op regenval, omdat een deel van het stroomgebied bestaat uit grond, waarin het water niet kan wegzakken.

Het meeste regenwater komt snel in de Maas terecht, de afvoer neemt dan toe en het waterpeil kan in enkele dagen meters stijgen. De inwoners van Itteren en Borgharen hoef je over de gevolgen daarvan niets wijs te maken. De bochtige rivier kan zo’n enorme aanwas van water lang niet altijd verwerken en omvangrijke overstromingen zijn het gevolg zoals die in de winters van 1993 en 1994, die nog vers in het geheugen liggen van de bevolking in de Grensmaasstreek. Om de gevolgen van deze sterk wisselende afvoer te verminderen, werd in het begin van de jaren 1920 begonnen met de bouw van stuwen en sluizen en het afsnijden van bochten en werd recentelijk ook het gehele Grensmaasproject geëntameerd.

 

OVER DE MAAS EN  MAASTRICHT

IMG_6007 b f

Elke stad, regio of dorp heeft zijn eigen biografie. Zo ook het Maasland.

De geschiedenis en cultuur van het Limburgse Maasland zijn ontstaan vanuit de geografische situatie. Dat miljoenen jaren oude terrasvormig Maaslandschap  is ontstaan door de rivier. De rivier is de  levensader in onze geschiedenis, zowel in de Limburgse historie als in die van de Limburgse hoofdstad. De vier historische stadsidentiteiten van Maastricht, zijn ontstaan vanuit  de Maas. De eerste is die van Maastricht als Romeinse nederzetting.

Hier lag de doorwaadbare plaats door de rivier, waar de Romeinen een brug bouwden. Omstreeks het midden van de eerste eeuw voor Christus veroverden de Romeinen onder aanvoering  van Julius Caesar Gallië, het huidige Frankrijk en België. Caesar beschreef die veroveringsstrijd in De Bello Gallico…. Gallia divisa est in tres partes, zo begint zijn verslag. In 51 voor Christus werden ook de Eburonen in het Maasland onder de voet gelopen. Ruim een eeuw later kwamen de Bataven uit het gebied tussen de grote rivieren onder leiding van Claudius Civilis in opstand tegen de Romeinen. Volgens de overlevering vochten de Bataven en de Romeinen een van hun veldslagen uit bij ‘de brug over de Maas’. Dat kan alleen maar de brug bij het latere Maastricht geweest zijn, want de Romeinen hadden daar een permanent kamp opgezet op de oevers van de Maas, vlakbij de monding van de Jeker. Ze noemden hun nederzetting Trajectum ad Mosam, de oversteekplaats over de Maas. Diverse Romeinse schrijvers, zoals Julius Caesar en Tacitus, hebben voor het eerst verhaald van de Maas als scheepvaartweg. De brug over de Maas lag op de strategisch belangrijke Romeinse route van Boulogne-sur-mer (in het huidige Noord Frankrijk) naar Colonia Agrippina (Keulen). Daarom vestigden de Romeinen bij die oversteekplaats over de Maas een legerplaats. Hun aanwezigheid lokte kooplieden, handelaren en ambachtslieden naar de Maasovergang en op beide oevers ontstonden kleine handelsnederzettingen.

 

In de vierde eeuw werden de tijden weer ernstig onrustig. Daarom lieten de Romeinen op beide Maasoevers versterkte bruggenhoofden aanleggen, die de nederzetting tegen aanvallen moesten beschermen. De druk op de grenzen van het Romeinse rijk werd zo zwaar dat de Romeinen zich in de loop van de vijfde eeuw helemaal terugtrokken uit Noord-Westeuropa.

 

Geen brug die de Maastrichtenaren zo na aan het hart ligt als de oude Maasbrug, of Sint Servaasbrug.  Is het niet omdat ze er dagelijks met duizenden over heen wandelen en fietsen, dan wel omdat die oude brug het bekendste stuk straatmeubilair in de stad is. Ze is helemaal verbonden met het beeld dat we allemaal van deze stad hebben. De geschiedenis van de oude Maasbrug is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Maastricht. Die brug is de spil in onze geschiedenis, niet alleen die van Maastricht, maar ook die van het gehele Maasland. Die geschiedverhalen vallen volkomen samen. Wat begon als een ’plaats om de Maas over te steken’ groeide uit tot een bescheiden Romeinse vesting.

 

Hoe verging het de Maas en de brug na de Romeinse tijd? Over de lotgevallen van Maastricht van de 5e tot de 8e eeuw is niet zo veel bekend. Zeker is dat de rivier en vooral de ligging aan de Maas van grote betekenis was voor het leven in Mosae Trajectum. De Maas was voor de Franken de aangewezen verbindingsroute met het noorden. De verbinding tussen zuid en noord over de Maas kreeg nog grotere betekenis als veilige verkeersweg voor heel west-Europa en uiteraard ook voor deze regio toen Europa in de negende eeuw zwaar te lijden had van de invallen van de Noormannen.

 

In de twee eeuwen na de  regering van Karel de Grote (768-814) was voor Maastricht met name de handel over de Maas in zuidelijke richting naar middeleeuwse industriesteden als Luik, Hoei, Namen en Dinant van grote betekenis. De oude weg van Boulogne, over Tongeren naar Keulen was voor de Maastrichtenaren de belangrijkste handelsroute. Maastrichtse kooplieden verhandelden over de Maas hun producten tot ver weg in Europa en op de Maastrichtse jaarmarkten zag men talloze vreemde handelaren hun waren verkopen.

 

In de twaalfde eeuw bezong Hendrik van Veldeke (1150-1184) in zijn Servaaslegende Maastricht aan de Maas en het Maasdal. Het is heel bijzonder en voor die tijd nieuw dat een middeleeuws auteur  zoveel oog en aandacht heeft voor de natuur:

 

‘In eynen dall scoen ende liecht

Effen en de wael ghedaen

Daer twee water tsamen gaen

Eyn groot ende eyn cleyne

Claer schoen ende reyne:

Dats die Jeker ende die Mase

Beide te korne ende te grase

Es die stadt wale ghelegen…’

 

Onze eerste Nederlandse dichter beschrijft Maastricht als de stad die nog steeds in  een fraai, breed en prachtig dal ligt. Twee heldere mooie rivieren, een grote en een kleine, namelijk de Maas en de Jeker, stromen daar samen. De omgeving is zeer geschikt als grasland en voor het verbouwen van koren, er zijn  goede waterverbindingen en vis- en wildrijke gebieden, en op de prachtige velden groeit het allerbeste graan. De stad ligt bovendien op een zeer gunstige plaats, op het kruispunt van de wegen van Engeland naar Hongarije, van Keulen naar Tongeren en van Saksen naar Frankrijk, terwijl schepen naar Denemarken en Noorwegen kunnen varen. Omdat alle wegen daar samenkomen, wordt de stad Trajectum genoemd. Dat was de plaats waar God Servaas heen stuurde.

Daer sande God Servacium’, besluit Henrik van Veldeke zijn beschrijving van het Maasdal.

Omwille van de bescherming, die dat Romeinse versterkte bruggenhoofd bood, kwam de stadspatroon Sint-Servatius vanuit Tongeren in de vierde eeuw naar die kleine Romeinse nederzetting. Zo begon de bloeiperiode van de tweede historische stadsidentiteit van Maastricht, namelijk die als pelgrimsstad en religieus centrum.

 

Het is duidelijk: de Maas en de unieke ligging  van Maastricht in het dal van de Maas, de brug die hier werd gebouwd, ze hebben de geschiedenis van de stad bepaald. De brug was van enorm strategisch belang. Dat bepaalde ook de derde historische stadsidentiteit van Maastricht: vestingstad en garnizoensstad. Maastricht werd het ‘bolwerk der Nederlanden’. Wie het Maasland wilde veroveren, wie het noorden van de Lage  Landen wilde veroveren, moest eerst die brug in handen zien te krijgen. Tot in de late 19e eeuw toe was de Maasbrug namelijk de enige vaste oeververbinding in ons land over de Maas tot aan Rotterdam, waar de rivier in zee uitmondt. Pas toen werd in die havenplaats een tweede vaste oeververbinding gebouwd over de rivier.

 

Het is een niet zo alom bekend feit – en zeker niet ten noorden van de grote rivieren – dat de eerste acte van onze roemruchte vrijheidsstrijd, de 80-jarige oorlog, zich hier rond de Maas en de Maasbrug afspeelde. Willem van Oranje moest om de hoofdstad van de Lage Landen te bereiken – en dat was niet Amsterdam of Den Haag, maar Brussel – vanuit Duitsland waar hij met zijn troepen lag, de Maas oversteken om naar Brussel op te rukken. Je kon maar op één punt over die Maas via een vaste oeververbinding  en dat was in  Maastricht. De hertog van Alva lag met zijn Spaanse troepen op de Dousberg en daagde de prins uit, telkens weer, maar hij liet het met opzet niet tot een slag komen. Dus zag de prins zich gedwongen tenslotte – tevergeefs – hogerop bij Stokkem te proberen de Maas te passeren.  Ook dat mislukte en dus verplaatste de strijd zich toen pas naar de noordelijke contreien van de Lage Landen. Dit stukje vaderlandse geschiedenis rond de de Maas en de Maasbrug, is de reden dat Maastricht de enige Nederlandse stad is, die in het Wilhelmus wordt genoemd. In het elfde couplet staat:

 

‘Als een Prins opgheseten
Met mijnes heyres cracht,
Van den tyran vermeten
Heb ick den slach verwacht,
Die, by Maestricht begraven,
Bevreesde mijn ghewelt;
Mijn ruyters sach men draven
Seer moedich door dat velt.’

 

In de 19e eeuw kreeg het oude Tricht, dankzij Petrus Regout (1801-1878), Nederlands eerste grootindustrieel, een nieuwe identiteit. De oude vestingstad werd vroege industriestad. De industriële revolutie van heel Nederland ging er van start dankzij Petrus Regout en zijn industrieel ondernemerschap en met name door de stichting van de  aardewerkindustrie. De Maas was daarbij van onbetwijfelbare betekenis als waterweg. Zo werd de rivier indirect ook mede bepalend voor de vierde historische stadsidentiteit: Maastricht als industriestad.

 

In de loop van de 20e eeuw groeide de Limburgse hoofdstad uit zijn voegen en nam het verkeer toe. Er werden tenslotte meer bruggen over de Maas gebouwd. De door Maastrichtenaren bijna liefkozend genoemde Aw Brögk kreeg zijn officiële naam, Sint Servaasbrug, pas in de jaren 1930 toen de Wilhelminabrug werd gebouwd. Het is bijna niet voor te stellen dat er aan het eind van de 19e eeuw stemmen opgingen om die oude brug te slopen met als reden: de brug had een ongunstige uitwerking bij hoogwater. Dat die brug er nu nog is, is te danken aan koningin Wilhelmina die een stokje stak voor de sloop van de brug, als de nieuwe brug die haar naam zou gaan dragen, klaar was.

 

OVER DE MAAS EN DE MAASLANDERS

 

Maastricht vormt samen met Luik en Aken een historische stedendriehoek in de Euregio. De eerste Europeaan, Karel de Grote, heeft in dit  Limburgse land de basis gelegd voor een gezamenlijke culturele ontwikkelingsgang. Hier in het Maasland ontmoeten twee culturen elkaar en vormen een amalgaam: de Romaanse en de Germaanse cultuur. Sporen daarvan vind je onder andere terug in de vele Limburgse dialecten. Het dialect van de Grensmaasstreek weerspiegelt de ontmoeting van culturen in een spraak gebaseerd op de vermenging van een Duits georiënteerde grammatica met en Franse woordenschat. Landsgrenzen bestaan niet in de gedachten van de Grensmaaslandbewoners. Voor de invoering van de Euro in 2002 kon men in deze regio zonder enig probleem betalen met de munt van elk van de drie landen. De natiestaat is vooral een negentiende-eeuwse uitvinding.

De geschiedenis van het Maasland is er een van politieke versnippering, van oorlog en geweld. Een gezamenlijke historische identiteit hebben wij Limburgers niet, behalve dat lange lint van de rivier de Maas, die alle Limburgse landstreken en bewoners van noord tot zuid bindt en met elkaar verbindt.

 

Heel traag stroomt de Maas naar de zee. In een bed dat in een onmetelijke tijd in de aarde werd ingesleten. Het water dat nu hier voorbijraast, stroomde al – ooit – langs dorpen, streken en steden in het zuiden vanaf het de bron vanaf het ontspringen van de rivier in Frankrijk op het plateau van Langres. Ook gisteren, een week, een maand, een jaar of een eeuw geleden bracht de Maas water naar hier. Water dat van hier uit het gebied van de Grensmaas, een traject van circa 42 kilometer waar de rivier letterlijk een landgrens vormt tussen België en Nederland, alsmaar verder stroomt langs dorpen en steden en andere landstreken in het noorden en het westen, op zoek naar het diepste punt, waar de rivier samenvloeit met de zee, waar het zoete water uitstroomt  in het zilte water, waar de rivier opnieuw begint aan haar eindeloze cyclus.

 

De Maas raakt mensen in de ziel; de Maas roert zich – en waar zou men dat beter weten dan in deze Grensmaasstreek  –, maar de rivier ontroert ook. Bewoners van steden als Maastricht en dorpen als Itteren en het ten ondergaande dorpje Hertrich, bewoners  van al die woonkernen aan de Maas hebben een welhaast onverbrekelijke band met de rivier. Liefkozend noemen ze de rivier “Mooder Maas” zoals de Rijnlanders, onze buren in dit land zonder grens, spreken over “Vater Rhein”.

De Maas werd vereerd, werd zelfs aangeroepen. Vooral de plekken waar zijrivieren en stroompjes uitmondden in Moeder Maas, waren sacraal. Rondom Itteren hebben nog twee andere stromen hun bedding. In de loop der tijden hebben deze drie stromen het landschap gevormd: de Kanjel, de Geul en natuurlijk de Maas. De Maas is moeder en mythe.

De Maas bracht natuurlijke rijkdommen: klei, grind, zand en vuursteen, opgeraapt door de eerste mensen die aan haar oevers verschenen. De handel over de Maas betekende welvaart: zout, granen, steenkool en metalen. Met de goederen werden ideeën, visies, verwachtingen uitgewisseld. Liefdesgeschiedenissen ontstonden in de handelsplaatsen aan haar oevers. Die liefdesverhalen werden uitgewisseld in talen die vaak niet dezelfde waren, maar allemaal gangbaar, allemaal moedertalen  waren in dit grenzeloze land geschapen door het water.

De Limburgse Maas verbindt. Zuid met  midden en midden met noord. En omgekeerd. Waar ze een barrière was, bouwden mensen een brug. Verbinden oost en west. En omgekeerd. Als de armen van de Maas niet ver genoeg reiken, legt de mens nieuwe verbindingen aan: de idee ‘Vater Rhein’ en ‘Mooder Maas’ te verenigen. Maar de Maas kan ook scheiden. In tijden waarin mensen confrontatie aangaan, wordt de Maas de rivier die legers scheidt. Vorsten en militairen volgen haar loop nauwgezet en met oog voor nieuwe kansen op het strijdtoneel van de Europese machten. De Maas markeert ook.

De Maas is een muze. Ze inspireert. Dorpen en steden aan de stroom ontlenen daaraan hun charme. De Maas werd vaak bezongen en nog steeds zingt haar naam dikwijls rond. Ze is een muze van dichters, schilders, cineasten en fotografen. Mensen voelen de behoefte om hun band met die ene speciale rivier vast te leggen, uit te drukken in kunstwerken, in teksten en in klanken. De Maas is hun muze.

Maas, de Maas, Mooder Maas… ze is bron van leven, ja zelfs voorwaarde voor leven. Ze is geliefd deze traag stromende rivier, maar ze wordt ook gewantrouwd om haar enorme grilligheid. In de wintermaanden vooral, als de waterstand in korte tijd stijgt en de rivier verandert van liefelijke, zacht kabbelend watervloed in een woest stromende, kolkende watermassa die zonder mededogen binnendringt in steden dorpen op de pleinen en in de straten.  Dan is ze een onwelkome gast de rivier. Dan is de Maas meedogenloos.

Daar waar die stromen samenvloeiden ontstonden nederzettingen, waar christelijke heiligen werden vereerd zoals de Servatiusdevotie in Maastricht of de Corneliusverering  in Borgharen of in Itteren de verering voor de beschermheilige Sint Martinus, de Romeinse soldaat die een bedelaar de aan hemzelf toebehorende helft van zijn mantel gaf, omdat de andere helft van de mantel eigendom was van Rome. Sint Martinus werd een belangrijk onderdeel van de lokale samenleving, als patroonheilige van de parochie en van de fanfare.

Jaarlijks vindt hier het Sint Martinusfeest plaats met het Martinusvuur en de “krote-lempkes”. Nu staat de Itterse Sint Martinusfiguur ook voor een groeiend beroep op mantelzorgers, sociale cohesie en maatschappelijke betrokkenheid onder de inwoners om de leefbaarheid van het dorp op peil te houden.

ITTEREN EN DE GRENSMAAS

In 2009 vond in het gebied Emmaus een archeologische opgraving plaats in verband met de aankondiging van grootschalige ontgrindingswerkzaamheden in het gebied tussen Borgharen en Itteren in het kader van het Grensmaasproject. Hoever ging de geschiedenis van dit gebied niet terug? Twee begraafplaatsen werden gevonden uit de midden- en late ijzertijd vanaf 500 voor christus tot het begin van onze jaartelling. Het zuidelijke was een crematiegrafveld omsloten door greppels, waarbij in sommige crematiegraven aardewerk, glazen armbanden of munten uit de periode 250-150 v.Chr. werden aangetroffen. Na 150 na Chr. vonden er opnieuw enkele begravingen plaats. Het noordelijke grafveld met 20 crematiegraven dateert uit de periode 500-200 v.Chr. Itteren was  historisch een heerlijkheid in het land van Valkenburg. De Heren van Itteren zijn bekend sinds 1345. In dat jaar wordt Hendrik van Itteren genoemd als heer en  Itteren was  altijd een zelfstandige gemeente, totdat deze in 1970 werd geannexeerd door de nabijgelegen gemeente Maastricht. Sindsdien is Itteren formeel een wijk van de Limburgs hoofdstad, maar nog steeds ligt het een aantal kilometers erbuiten. Itteren heeft niet alleen natuurschoon langs de Maas, maar ook enige belangrijke rijksmonumenten zoals het fraai gerestaureerde kasteel Meerssenhove, dat weliswaar tot Itteren behoort, maar niet direct in de woonwijk is gelegen. En er is de trotse herenboerderij Wiegershof  uit de late 18e eeuw en natuurlijk de kasteelhoeve Hartelstein in oorsprong daterend uit de 17e eeuw. Laat u straks muzikaal verrassen op de sfeervolle binnenplaats van Hartelstein. In Itteren ontwierp de fameuze Maastrichtse 18e eeuwse architect Mathias Soiron, de Sint Martinuskerk. In de 19e eeuw werd het kerkelijk patrimonium van Itteren verrijkt met de Mariakapel aan de Pasestraat.

Maar Itteren kwam toch het meest in het nieuws door haar relatie met Mooder Maas. Itteren is, evenals het naburige Borgharen herhaaldelijk landelijk in het nieuws geweest in verband met overstroming van de rivier, waarmee haar bewoners desondanks zo’n diepe band hebben. Wie herinnert zich niet de dramatische beelden van het hoogwater in de winter van 1993 en nogmaals twee jaar later in 1995. ‘Mooder Maas’ teisterde het land van Itteren en Borgharen en haar bewoners. Nadien zijn er dijken aangelegd rond het dorp, waardoor bij hoogwater een eiland ontstaat, zodat de dorpskern zelf niet meer onder water komt te staan.

Itteren is een dorp in transitie. Over enkele jaren zal Itteren, na voltooiing van de Grensmaaswerken, omringd zijn door een prachtig Natura 2000-gebied. Nieuwe natuur  zal verrijzen, die de toekomst van het dorp zal gaan bepalen: een levendige kern te midden van een groene omgeving, waar het goed toeven en prettig wonen is. Ook Itteren heeft een Vrijthof, een charmant pleintje aan de Pasestraat. De Itterse kunstenaar Geert Mols heeft in 2004 een standbeeld gemaakt op dat pleintje. Het beeld laat een bootje zien op water op een mooie sokkel. Het bootje staat op gelijke hoogte met de kademuur aan de Maas en zodra het water over de kade gaat, wat hopelijk nooit gebeurt, zal het bootje op het water “drijven”.

 

 

DE MAAS IS EEN MUZE

 

J.F. Werumeus Buning,

Niets is er groener dan de Maas.

 

Niets is er groener dan de Maas

Oevers en riet en populieren.

Wanneer men weer terug komt keren

Van verre bergen en rivieren,

Niets is er groener dan de Maas.

Wilgen en elzen kwinkeleren,

De wilde eend vliegt uit groen riet,

Men mag aan vele oevers meren,

Een groener oever is er niet.

 

Niets is er groener dan de Maas,

Wie uitvaart die vergeet het niet,

Wie thuisvaart heeft het niet vergeten

Een rijker gras bestaat er niet.

 

Niets is er groener dan de Maas.

Men kan op vele zeeën sterven

En overal is harde steen.

Geef mij groen gras om in te sterven,

En groen gras gans over mij heen.

 

…schreef de dichter J.W.F. Werumeus Buning omstreeks 1940. Het is een van de vele, vele poëtische uitingen waarvoor de Maas de Muze was.

 

 

 

 

 

ZOALS ZIJ DAAR WOONT

 

Zoals zij daar woont, roerloos, aaibaar,

als een zilveren lint zich neerlegt.

 

zoals zij traag en voorspelbaar, grenzen

aftast, bochten  inschat

 

zoals zij zich aanlengt, verwatert, verhaal

haalt bij de veerman

 

zoals zij boven zichzelf uitstijgt,

als een gulzige slokop vol loopt

 

zoals zij roept op klaarlichte dag, bollend vlees

zielloos teruggeeft

 

zoals zij zich inslijpt, een weg baant, rust

vindt, afwatert

 

zoals zij daar woont, een haven voor verdwaalden,

zich geeft aan de zee.

 

DE GRENSMAAS

Het project Grensmaas is het grootste rivierproject in uitvoering in Nederland. De werkzaamheden strekken zich uit over een traject van 43 kilometer tussen Maastricht en Echt-Susteren en de uitvoering van dit megaproject is in handen van Consortium Grensmaas. Het Grensmaasproject levert tienduizenden gezinnen langs de Maas beduidend meer bescherming op tegen hoogwater. Het risico op een overstroming wordt vijf keer zo klein door verbreding van het stroombed van de Maas en verlaging van de oevers. Zuid-Limburg krijgt bovendien in het Grensmaasgebied een nieuw natuurgebied langs de rivier van zo’n duizend hectare. De werkzaamheden worden betaald met de winning en verkoop van 54 miljoen ton grind en kosten ons als  belastingbetalers helemaal niets.

In mei 2008 is na vele jaren van plannen begonnen met het Grensmaasproject op de locatie Itteren. In totaal worden er zo’n 11 locaties langs de Grensmaas aangepakt. Dit plan heeft tot doel grindwinning, beperking wateroverlast door stroombedverbreding en natuurontwikkeling. Zoals gezegd, vormt de opbrengst van de grindwinning  de financiering voor de realisering  de gestelde doelen. Inmiddels zijn de locaties Borgharen en Geulle aan de Maas klaar. In beide dorpen heeft de rivier aanzienlijk meer ruimte gekregen. De dekgrondbergingen (grindputten) zijn weer aangevuld en de bevolking kan genieten van de ontluikende natuur. Over ongeveer een jaar zal dat ook gelden voor het gebied waar nu deze Landschapsopera plaatsvindt. De natuur zal het gebied heroveren.

 

 

HERBRICHT

Aan de overzijde van de rivier ligt in dat verdronken land het kleine gehucht Herbricht.

Een kleine kroniek van Herbricht leert ons dat zich daar aan de overzijde van de rivier de Karolingische burcht Harburgum bevond die al in 922 wordt vermeld. In 1178 sprak men van Harburg en in 1383 van Harbicht.

Herbricht was in het verleden belangrijker dan nu. In de 18e eeuw was het bijna even groot als de nabij gelegen gemeente Neerharen, maar in het begin van de 19e eeuw waren er nog slechts zeven boerderijen en een café. De aanleg van de Zuid-Willemsvaart (1824-1829) maakte dat Herbricht van Neerharen werd afgesneden.

Herbricht heeft heel veel te lijden gehad van overstromingen van de Maas. In de 10e eeuw lag het op de rechteroever van de Maas, evenals het naburige Voulwames dat nu aan de overzijde van de Maas ligt.

De meeste Limburgers kennen Herbricht alleen van de uitspanning: het goed lopende café waar je je zomerse fietsroute op aangename wijze kunt onderbreken om een pintje te pakken op het terras. Het is er altijd druk. Het is ook het enige café dat Herbricht rijk is.

Maar Herbricht moet verdwijnen. Herbricht wordt prijs gegeven aan de natuur. De weinige bewoners slijten er de tijd totdat ze ‘der dagen zat zijn’ en er niemand meer zal wonen in het idyllische gehucht; nu al vestigt niemand zich meer metterwoon in Herbricht. Het gehucht  zal een zachte dood sterven als de natuur, de wind en het water het met een doodskleed van groene begroeiing zal bedekken.

 

Wees mij genadig, God die liefde bent;

U, grenzeloze barmhartigheid,

wis uit wat ik heb misdaan.

Was mij schoon van schuld,

reinig mij van mijn zonde.

 

Uit: Psalm 51, Psalmen van David

 

‘MISERERE’ VAN GREGORIO ALLEGRI

 

In 1638 kreeg de Italiaanse componist Gregorio Allegri (1582-1652) van Paus Urbanus VIII de opdracht een streng sacrale compositie te schrijven op de tekst van een boetepsalm. Allegri, beroemd castraatzanger, was cantor van het koor van de Sistina, de Sixtijnse kapel in  Rome en hij werkte lang aan deze opdracht totdat er tenslotte na ettelijke mislukkingen een versie was die de goedkeuring van de kerk kon wegdragen. Dat was het beroemde Miserere, nummer 51 van de psalmen van David, zoals wij het nu nog kennen. De compositie mocht voortaan uitsluitend in de Sistina, de Sixtijnse kapel worden uitgevoerd op straffe van excommunicatie. Slechts twee keer per jaar mocht het mystieke werk worden uitgevoerd, namelijk op Stille Woensdag voor Pasen en op Goede Vrijdag. De exclusieve uitvoeringsrechten van de Sixtijnse kapel bleven meer dan een eeuw onaangetast.

De jonge Wolfgang Amadeus Mozart, veertien jaar oud, was met zijn vader op reis in Italië. Vader en zoon Mozart gingen naar een uitvoering van het Miserere op Goede Vrijdag in het jaar 1770. Mozart schreef daarna de hele tekst en de hele compositie uit zijn hoofd op en begon er uitvoeringen van te geven in Wenen. Zo kwam deze sacrale compositie als het ware ‘in de wereld’. Dat kwam uiteraard ook de paus ter ore en hij riep de jeugdige componist op het matje in Rome. Maar in plaats van hem te excommuniceren complimenteerde de paus Mozart  om zijn prestatie en beloonde hem zelfs met een kerkelijke ridderorde. Dat is de reden dat er voor deze gelegenheid vanavond een arrangement geschreven kon worden van deze prachtige compositie voor harmonieorkest.

Maar er is meer:

het Miserere werd een van  de meest succesvolle en meest door legenden omgeven omgeven composities. Veel bezoekers van Rome hebben het beleven van een uitvoering in de Sistina beschreven als de deelname aan een mysterie en er een overweldigende werking aan toegeschreven.

De uitvoeringen in de Sixtijnse kapel werden bovendien optisch gemystificeerd. Bij elke achtste maat doofde men een kaars totdat de gehele Sistina precies bij het laatste akkoord in volmaakte duisternis was gehuld.

 

Het Grensmaasgebied veranderde voor even in de Sistina; langzaam valt de avond alsof er bij elke achtste maat minder daglicht is en vanuit de verte klonk het beroemde Miserere van Gregorio Allegri.

 

 

OORLOGSPAARDEN

Eind juni 2010 kwam het dorp Borgharen in het wereldnieuws door de vondst van een enorm paardengraf. Nooit eerder werd in Europa een graf met zoveel – 65 – paardenskeletten opgegraven als dit graf aan de noordkant van het dorp. Het graf werd tijdens werkzaamheden van het project Grensmaas ontdekt. Media tot in de Verenigde Staten en Australië besteedden aandacht aan de vondst. Het publiek stroomde toe, toen Consortium Grensmaas besloot het paardengraf enkele uurtjes toegankelijk te maken. Tweeduizend bezoekers uit het hele land kwamen naar Borgharen om een blik op het graf te kunnen werpen. Het belang van de vondst wordt ook nationaal onderstreept. Een van de skeletten maakt inmiddels deel uit van de permanente expositie Archeologie in Nederland in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. Archeologisch onderzoek heeft  aangetoond dat de paarden vrijwel zeker gedood zijn tijdens een veldslag rond Maastricht in 1794. Het Consortium Grensmaas is van mening dat het paardengraf van zo groot archeologisch belang is, dat het niet in de vergetelheid mag raken en besloot de Brabantse kunstenaar Adri Verhoeven een passend monument te laten ontwerpen als permanente herinnering aan deze bijzondere vondst. Het silhouet van het paardengraf keert in de volle omvang van vijftig meter lengte en twee meter breedte terug in het landschap in de vorm van 65 grote grindblokken.  Het Grensmaasconsortium werkte in 2010 al bijna vijf jaar in Borgharen aan de rivierbeveiliging met als resultaat dat Borgharen nu veel minder risico loopt op nieuwe overstromingen en bovendien grenst aan een natuurgebied van 125 hectare. Kunstenares Marianne Aertsen liet zich door het paardengraf inspireren  tot het volgende gedicht:

 

MARIANNE AERTSEN

Oorlogspaarden

 

Wij schuimden na hoog water de waarden

af langs de vloedlijn van de rivier.

We baggerden door goudgeel bies en melkdistels,

 

vonden naakt het ondermaanse

in de bevende rietkraag, zagen hun driftige gratie

ontteugeld in leem.

 

Het oog fier en godgelijk in een andere tijd

traant naar de rivier.

 

 

FRANS BUDE

Grind en gruis

 

Grind en gruis met baggers boven water gehaald,

kordaat weggezeefd uit de duisternis, gekamd

als gras, voor- en achterlangs naar het licht gebracht,

gestapeld en verdeeld. Van de ene op de andere dag

 

zomaar een nieuwe aarde scheppen, speelruimte

voor de rivier die met duizend tongen de nieuwe boorden

van haar stroombed likt, haar water laat kleuren

in een nieuwe en wijde schemering waar de wereld

nooit zo diep en stil zich volzoog met vruchtbaar zaad

van ver gebracht. Niet langer in het voorgeborchte,

 

het dorre en onvruchtbare, maar reikend naar bloei,

opwaaiende guirlandes van wortel en blad, eindeloze

velden, zacht ruisend, bekleed met opspringend groen.

 

Ach, als je langs de oevers het baltsen van verliefde

veldleeuweriken eens mocht zien, omlaag, omhoog,

 

niet langer aarzelend maar elkaar aanwezig makend.

 

Uit: Frans Budé, in de loop van de Maas, no 9.

Uitgever: Van Eyck, Maastricht, 2016.

 

LITERATUUR

 

Jac van den Boogard en Paul Arnold, Over de Maas. Varen en spelevaren door de eeuwen heen. Maastrichts Silhouet 61, Maastricht 2005.

 

Jac van den Boogard en Serve Minis, Monumentengids Maastricht, Maastricht 2001.

 

Jac van den Boogard en Wim Mes, Een eeuw op het water, Maastricht 2014.

 

Frans Budé, In de loop van de Maas, Maastricht 2016.

[Uitg. tgv de Landschapsopera De Grensmaas vertelt]

 

Theo Coun, Geschiedenis van de bewoning in Neerharen tot in het midden van de 19e eeuw, Lanaken 1998.

 

Jeannine van den Goorbergh, Beeld van een brug, Maastricht 2009.

[Uitg. o.red.v. J vd Boogard]

 

Maas, catalogus bij de Maasmanifestatie, Venlo 2003.